Voor de zomervakantie had ik mezelf twee boeken cadeau gedaan (want een mens kan nooit genoeg boeken hebben en een schrijver al helemaal niet). Twee schrijfboeken. De een was van Iris Boter (waar ik verder nog niet echt in gekeken heb) en de ander van Lisette Jonkman, een schrijfster van chicklits én een geweldige schrijfboek. Ik heb me nog steeds niet helemaal door haar boek heen geworsteld, maar heb de eerste paar schrijfopdrachten wel gedaan. Hieronder is het resultaat van een van die opdrachten. De opdracht was een verhaal te schrijven dat uit drie delen bestaat waarvan elk deel een andere functie heeft. Het is de bedoeling dat je het verhaal in elke mogelijke volgorde kan lezen. Het is een heel erg kort verhaaltje geworden, maar ik had het eerst op papier geschreven en dan lijkt het meestal best wel heel wat.
I
Ik liep graag door dit bos. Tegenwoordig kwam ik er bijna dagelijks. Het bos had iets vertrouwds: elke keer dat ik er kwam, stonden de bomen nog op dezelfde plek en vervolgde ik dezelfde route over de zachte paden van dennennaalden. Ik wist precies waar ik moest oppassen voor uitstekende boomwortels en waar ik moest bukken voor laaghangende takken. Die kennis over het bos had een kalmerende uitwerking op mij, een soort rust die ik nodig had om de chaos in mijn hoofd verdraagzaam te houden.
II
De zwiepende takken wensten me goedenavond. De zachtjes zingende vogels leken me echter te waarschuwen. Ik wilde nergens van weten. Ik kwam hier om mijn hoofd leeg te maken en nergens aan te denken. niets kon me daarvan weerhouden. Ik genoot van het briesje op mijn wangen, die mijn haren liet dansen. Plotseling was de wind weg. Het bos was doodstil, alsof het zijn adem inhield.
Het enige geluid wat op dat moment te horen was, was gegil.
Gegil dat, zo bleek later, uit mijn eigen keel kwam.
III
De wetenschap dat het bos er nog steeds was en dat het gewoon doorging met leven, ook zonder mijn aanwezigheid, zorgde ervoor dat ik 's nachts gillend wakker werd. Heel soms, als ik genoeg moed had verzameld om terug te gaan naar het bos de plek waar ik begon en ik eindigde, ging ik erheen en wandelde dezelfde route als altijd, alleen zonder de zachte paden van dennennaalden aan te raken. Ik hoefde niet op te passen voor uitstekende boomwortels of laaghangende takken. Het kietelde een beetje als zo'n tak door mijn hoofd ging, maar meer dan kietelen voelde ik niet.
Liefs, Manon
Geen opmerkingen:
Een reactie posten